‘s Morgens vroeg, ergens in de zomer

december 22, 2007

‘s Morgens vroeg, ergens in de zomer…

mijn ogen openen en sluiten zich en vrijwel onmiddellijk denk ik, o nee, niet opnieuw, niet nog een dag…Laat me rustig, zacht, als in een baarmoeder, blijven in dit bed, me heerlijk uitstrekken, verdoofd zwerven in een slaperige roes waarin ik het leven snoei van alle doornen en scheefgroeiende takken,van alle knoesten en knobbels… Niet opnieuw letters en woorden en zinnen die zich als in een achtbaan doorheen mijn gemoed slingeren, niet opnieuw tegen hoge snelheid en zonder gordel van de ene naar de andere gedachte, niet opnieuw het ongrijpbare met klompen van handen willen vastnemen of bladeren aan de takken van bomen willen spijkeren of tot het stromende water bidden dat het bevriest. Als ik dan mijn ogen nogmaals open, kleed ik mijn hart met handschoenen en laarzen, regenvest en paraplu, met dikke trui en winterkousen en als het kan met wat thermisch ondergoed in de hoop dat vandaag het leven wellicht zal aanbellen maar misschien deze keer op de stoep zal blijven staan…

‘s Morgens vroeg, ergens in de zomer…

In een wilgenbosje zit een vrouw verstild met gekruiste benen. Haar handen zijn gevouwen, haar hoofd lichtjes gebogen en haar mond prevelt eeuwenoude woorden. De wind prikkelt haar oogleden en jaagt zo nu en dan koude ruiters over haar rug… Onverstoorbaar zit ze temidden knoesten en knobbels, scheefgroeiende takken en doornen, rechtop, alles aankijkend wat zich voordoet, nieuwsgierig, als voor het eerst en zonder angst, met een uitgekleed hart en een visie zonder grenzen en een liefdevolle gevoeligheid stromend als water…Bladeren vallen, niets wordt vastgespijkerd of bevroren. Met verminkt gelaat ademt ze in, de pijn en het leed, en gelijkmoedig ademt ze uit, de liefde en het mededogen voor al wat leeft. En de wind waait haar naar de volle maan….


Sangharakshita in Parijs

juli 7, 2007

Onderstaand een kort verslag van Jan over het bezoek van Sangharakshita, oprichter van onze beweging, aan het Parijse centrum van de Vrienden van de Westerse Boeddhisten Orde.

 Sangharakshita op bezoek bij de sangha van Parijs

Twee weken geleden bezocht Sangharakshita de sangha van Parijs. Om drie uur op zaterdagnamiddag kwamen Ioana, Begga en ik aan in het Centrum, dicht bij de Gare du Nord. Het is niet groter dan het Centrum van Gent. De vierkante meters zijn hier duur. Aan de straat, achter een winkelraam staan wat stoelen, een klein boekenrekje, een kast voor jassen en schoenen. Daarachter, niet afgescheiden, is de meditatieruimte. Al gauw waren we met een goeie twintig mensen. Ioana is er natuurlijk thuis. Maar ook Begga en ik waren gauw in intense, vrolijke gesprekken gewikkeld. Aandachtig. Geen chichi, geen schroom. Begga vond genoegen in Nityabandhu, een Poolse medewerker van Sangharakshita. Naast Engels, Frans en Russisch spreekt hij ook zeer goed Duits. Hij woont in Birmingham en begint binnenkort met een Centrum in Polen.

Even voor vier uur gingen we zitten in de meditatieruimte. Sangharakshita kwam binnen. We stonden op. (Niet stijf, gelijk voor de Brabançonne, maar los en natuurlijk.) Hij liep langs ons tot voor het schrijn. Hij reciteerde de begroeting en wij met hem. Daarna de Toevluchten en Voorschriften. Vanaf de eerste klanken (Namo Tassa…) zijn we ten volle onder de indruk. De woorden komen van diep. Begga zegt: ‘Hij was wat hij zei. Ik wist: deze zelfde woorden klinken in heel de wereld. We waren op dat moment niet in Parijs. We waren overal. Tussen de woorden en hun betekenis was geen verschil.’

Na een korte verwelkoming door Vassika zaten we een kwartiertje in stilte. Dan beantwoordde Sangharakshita vragen. Die waren schriftelijk ingediend door leden van de Sangha. De eerste vraag ging over de terugkomst van Sangharakshita uit India in de jaren 60. Nadien kwamen diverse thema’s van de Dharma aan bod: lijden en geluk, conditionaliteit… Tenslotte vroegen sanghaleden goede raad over hun verdere plannen en acties.

Alle antwoorden waren glashelder, eenvoudig, precies en rustig. De Dharma valt echt samen met alledaags gezond verstand en vriendelijke aandacht. De leraar ziet, hoort en waardeert de leerlingen. ‘Doe voort. Mediteer meer. Studeer meer. Schenk meer aandacht aan ethisch leven. Waardevolle dingen kosten veel tijd.’ Hij illustreert zijn punten met de meest eenvoudige situaties uit het dagelijks leven. Geregeld moeten we allemaal lachen.

De volgende ochtend zijn Begga en Ioana nog uitgenodigd voor een gesprek met een klein groepje in het appartement van Vassika en Christian. Begga: ‘Ik voelde geen rem. Ik kon over gebeurtenissen in mijn leven spreken. Vragen over de omgang met mijn kinderen en kleinkinderen. Hij luisterde aandachtig, moedigde me aan de zaken ontspannen aan te pakken.’

                                                   Het was een onvergetelijk weekend. Om je aan vast te houden. Gelijk een

 paal.jpg

meerpaal. Hangt daaraan vast: onder de stad slingeren met de metro, Musée d’Orsay, kilometers terten langs de boulevards. Mediteren in het hotel.

Ioana: ‘Het is een unieke ervaring. Uniek in mijn leven. Een unieke ontmoeting met de Boeddha, de Dharma en de Sangha. En een unieke persoonlijke ontmoeting.’
 


Ai Ai ‘t toe sier! Ontwaken in pijn (laatste deel)

mei 30, 2007

Groeien in meditatie.

Soms had ik de verleiding om me te wentelen in mijn beperkingen. Wanneer ik eens geen zin had om te mediteren dan had ik een uitvlucht in mijn ziekte. Ik was te moe of had teveel pijn, wat ook wel waar was. Maar ik deed dan wel mijn normale lichte activiteiten verder. Opeens vond ik dat het welletjes was met mijn luiheid om te mediteren en dat ik eigenlijk eerder worstelde met weerstand. Maar wat was de oorzaak van die weerstand? Ik begon mijn dagelijkse meditatie als een sleur te ervaren, en ik schaamde me hiervoor. Wat me zo had geholpen doorheen mijn proces ervaarde ik nu als een last! Hoe kan dat nu? Bij nadere analyse ontdekte ik dat het gedreun van steeds dezelfde mantra me tot verveling leidde in de meditatie.De mantra had zijn werk gedaan in mijn zuivering en aanvaarding van mijn ziekte. Ik was op het punt gekomen om een dieper niveau in mijn spirituele beleving te betreden, maar ik miste prikkels van buitenaf om mijn beoefening meer diepgang te geven en erin krachtiger te worden. Op dat moment stond ik er voor mijn training er helemaal alleen voor. Vanaf het contact met het VWBO Gent gingen talrijke deuren voor mij open. De spirituele verbondenheid met de mensen in de Sangha wakkerde mijn creativiteit in mijn beoefeningen aan. Plots voelde ik me niet meer alleen op het pad. Ik voel me opgenomen in de stroom naar verlichting en dat is een krachtige ervaring. En zie, ik krijg spontaan dingen aangereikt. Zo kreeg ik van Patrick de Vajrasattva mantra op cd (met de vertaling ervan op papier), ingezongen door Bart. Mijn hart bloeide open, want de mantra die me als gedreun in de oren klonk en me was beginnen te vervelen, klonk nu zó verfrissend, eenvoudig en mooi. Nu begrijp ik tenminste wat ik zing en zo voel ik hierbij meer diepgang. Ik zing ze vrij regelmatig en dat doet goed nu. Eerst kwam ik naar de inleidende meditatie op woensdag, en stelde me open om als het ware van nul te herbeginnen, en zo opnieuw te leren mediteren. Ik voelde me als een 6 jarig kind die naar het eerste studiejaar mag en vol blijdschap dat ik mocht ‘leren’. Deze openheid gaf me rust en zowel ‘de gewaarzijn van de ademhaling’ als de ‘metta bhavana’ hielpen me om in contact te komen met een diepere laag in mijn spirituele beleving en er ook meer ruimte aan te geven. Vroeger stemde ik mijn beoefening af op mijn dagelijkse bezigheden. In aandacht zijn en in openheid bleef nog teveel beperkt tot het moment van de meditatie en kort erna. Nu sta ik op en plan eerst mijn meditatie. Daarnaast zie ik wel wat ik aan dagelijkse bezigheden nog kan doen. Zo geef ik meer ruimte aan mijn beoefening en blijf ik daardoor constanter in aandacht. Door daaraan meer ruimte te geven en mede door het contact in het centrum, krijg ik meer inzicht en leer ik nu ook meer aandacht en liefde in mijn dagelijkse ervaringen binnen te laten. De verbondenheid met de Boeddha, de Dharma en de Sangha is groter geworden en mijn toevlucht tot deze drie juwelen kreeg meer diepgang. De verveling is verdwenen, mijn vertrouwen gegroeid. Het gebeurt nog wel eens wanneer gans de malaise bezig is dat ik niet in staat ben om te mediteren en ook even geen aandacht kan geven aan anderen. Dan heb ik mijn energie en vooral veel rust en slaap nodig om de malaise door te komen. Maar nadien gaat mijn deur terug open.Elke stap die ik ondernam in het opbouwen van mijn gezondheid en van op mijn spirituele pad, was tot nu toe een goede stap vooruit. Negatieve beelden over mezelf die hiervoor in de weg stonden kon ik beetje bij beetje verbranden en zo rust vinden in mijn fysieke ongemakken. Dit drijft me voort om verder te gaan in meditatie en tijdens de metta bhavana te leren me te transformeren in het lijden van anderen. Net als de bloemknopjes moest ik eerst groeien, maar nu kan ik bloeien. En zie, alle eerdere frustraties en de uitzichtloosheid zijn verdwenen. Ook dit is vergankelijk!Wanneer ik in metta bhavana aan elk wezen die door ziekte of geweld of verdriet pijn lijdt een leliebloem vol metta kan geven, en wanneer er teveel wezens zijn de bloemblaadjes, en wanneer deze op zijn het stuifmeel kan laten meevliegen met de wind, zodat ik alle wezens kan bereiken die er in het universum zijn om zo hun pijn en lijden te verzachten, dan zou ik pas volmaakt gelukkig zijn. Een utopie? Misschien? Maar misschien ook niet! 

Riet.


Ai Ai Ai ‘t toe sier! Ontwaken in pijn (deel 3)

mei 23, 2007

Loslaten: een gewicht dat van je schouders valt.

Ik was een bezige bij. Naast mijn huishouden en moeder zijn van twee zonen, was ik Gestaltpsychotherapeute, gaf ik individuele therapie en groepstherapie, ik hielp Hugo (zelfstandige boekhouder) met ontvangen en afspraken regelen voor de klanten, deed aan tapdans, later aan tai chi en zong een paar jaar in twee koren tegelijkertijd, Ars Cantandi in Eeklo en Novecanto in Gent.Na mijn ervaringen in de spoedopname heb ik alles één voor één laten vallen. Telkens ik iets stopzette onderging ik een stukje rouwproces. Iedere keer ervaarde ik verdriet en emotionele pijn om wat ik achter liet. Telkens geconfronteerd met een stukje leegte. Het was een heel proces om die leegte te aanvaarden, mijn verdriet te kunnen plaatsen en er ruimte aan te geven, om zo tot emotionele rust te komen. Het ergste vond ik de dieren die het huis uit moesten omwille van mijn ziekte. De kinderen moesten hun parkietje en cavia’s vaarwel zeggen en het meest ingrijpende was, onze lieve intelligente hond Miek, moeten laten gaan.En ik voelde me enorm schuldig, want ik was de oorzaak van dit alles. Wanneer ik er op terugblik, doet het me nog steeds pijn. Zo belandde ik zoals ik al zei in mijn bed of ligstoel vol zelfverwijt, ontgoocheld, ongelukkig en mijn aandacht voortdurend bij mijn pijnen en uitputting (een zware last op dat moment) tot ik het boek van dokter van Montfort las en tijdens de consultaties bij hem stap voor stap tot inzicht kwam. Wanneer ik geleidelijk aan mijn lichaam en mijn toestand ging aanvaarden gebeurde er twee bijzondere dingen. Er kwamen mensen op bezoek. Dikwijls ook mensen die het in hun leven niet gemakkelijk hadden en met psychische problemen worstelden. Inherent aan mij ging mijn aandacht toen telkens volledig uit naar hun verhaal en ik luisterde heel bewust en aandachtig want ik wou door mijn concentratiestoornissen niets missen van hun verhaal. Zo kon ik hun goede raad geven en dit stemde me gelukkig. Toen ontdekte ik dat wanneer ik in volle aandacht was voor hen, mijn aandacht naar mijn pijnen en uitputting verdween. Op dergelijk moment had ik precies minder pijn. In werkelijkheid was dit niet zo maar door mijn aandacht ten volle te richten naar iets anders vergat ik de pijn. Nadien was ik wel extreem moe maar ik voelde me telkens gelukkig omdat ik toch nog nuttig kon zijn.Een collega-vriend kwam mij te hulp. Hij was al jaren praktiserend boeddhist bij de Tibetaanse scholing. Hij leerde me hoe ik me kon concentreren op één punt en terzelfder tijd de zuiveringsvisualisatie toepassen tijdens het citeren van de Vajrasattva mantra (een mantra waarbij je, je visualiseert dat er warm zonlicht of gewoon licht, via je kruin naar binnen komt en doorheen je lichaam gaat. Zwarte vloeistof van frustratie, ongemakken en blokkades gaan via je voeten naar buiten de aarde in, want de aarde is vol mededogen en voedt zich met je afval). Onmiddellijk een grote stap in de meditatie maar ik leerde vrij vlug de mantra en telkens ontdekte ik rust tijdens het mediteren. Tijdens de bodyscan doe ik die visualisatie nog regelmatig en soms blijf ik langer stilstaan op plaatsen in mijn lichaam die het moeilijk hebben, waar ik veel pijn voel en geef ik die extra warmte en zonlicht. Mijn geest ging open en maakte ruimte voor de ware natuur van mijn geest. Ik was voor het eerst in contact met mijn boeddhanatuur. In het begin lukte het me dit regelmatig een twintigtal minuten vol te houden zij het weliswaar rechtzittend in mijn ligstoel of in bed. Soms kon ik door de vele symptomen die in extremen tot uiting kwamen (dit noemen we “gans de malaise” is bezig) dagen, of weken niet mediteren. Maar wanneer de malaise minderde en de ziekte weer wat onder controle was, had ik telkens terug de behoefte om te mediteren. Zo kwam ik steeds dichter in contact met mezelf en leerde mijn handicap te aanvaarden (door ze juist toe te laten) en zo het lijden onder de pijnen los te laten. Ik kreeg ook terug voeling met mijn positieve waarden en gaven. Na enige tijd besefte ik dat ik niet meer gebukt liep onder mijn ziekte. Een last was van mijn schouders gevallen. Ik had nog evenveel pijn en ik worstelde nog met evenveel symptomen maar ik leed er niet meer onder. Stap voor stap voelde ik me gelukkiger en kon ik terug lachen, mijn humor was er weer, ik voelde me voor ’t eerst bevrijd.Ik had wel nog één probleem tijdens de meditaties, en dat was wanneer ik hevige jeuk had. Dit was voor mij een uiterst moeilijk proces om mijn aandacht daar naar toe los te laten. De jeuk in de huid dat lukte enigszins nog, maar de jeuk in de bloedvaten dat lukte niet echt om helemaal los te laten. Gelukkig kwam daaraan vrijwel een einde toen het onderzoek naar mijn voedselintolerantie volledig was afgerond en ik sindsdien een zéér streng dieet volg. Heel uitzonderlijk komt het nog eens voor, dan kan ik de meditatie altijd even uitstellen. Wanneer de stoornissen in mijn geest, die gepaard gaan met concentratiestoornissen, me kwellen dan merk ik dat nu onmiddellijk tijdens mijn meditatie. Dan ben ik net een vlindertje die van de bloem even wegvliegt en elke keer weer terug gaat naar diezelfde bloem om voldoende nectar te kunnen opnemen. Zo ben ik er mij van bewust dat mijn geest steeds afdwaalt. Niet dat er daarom altijd veel gedachten opkomen, wel dat ik als het ware telkens een black-out heb en ik dit iedere keer opmerk. Zo probeer ik net als de vlinder terug te gaan in aandacht en bij de meditatie te blijven, zodat die inspanning me toch opnieuw in concentratie en openheid brengt. Geleidelijk aan kreeg ik vertrouwen in dit proces. Ik leerde beseffen dat wanneer gans de malaise me het soms dagen, weken of maanden moeilijk kan maken en mijn geest me regelmatig in de steek laat dit vergankelijk is en mijn lichaam steeds terug tot rust komt en de symptomen weer onder controle komen. Het vertrouwen in de vergankelijkheid in mijn gezondheidstoestand. Bij het ontwaken van mijn geest begon ik meer in beweging te komen. Op een dag zei ik bij mezelf, “ of ik nu lig, zit, sta, slaap of wakker ben, de pijn, de hevige vermoeidheid en de diverse symptomen blijven toch dezelfde, zodus kan ik evengoed wat in beweging komen en lichte activiteiten doen”.Dankzij de meditatie-oefeningen kon ik nu wanneer ik in beweging was bewust blijven van mijn ademhaling. Zo kon ik tijdens een inspanning (hoe klein die ook was) erop letten dat ik voldoende zuurstof gaf aan mijn lichaam door te blijven doorademen. Ik probeer hiervoor dagelijks alert te blijven. Ik werd me ook meer bewust van mijn spierkracht en uithoudingsvermogen of liever het gebrek eraan. Mijn vroegere tai chi ervaring hielp me nu om zodanig te bewegen dat ik mijn spieren niet overbelaste. Ik leerde rekening te houden met mijn beperkingen en alles goed te doseren zodat ik niet telkens opnieuw in een inzinking belandde. En zo nam ik beetje bij beetje weer deel aan ons gezinsleven.  

In contact en aandacht voor de ander.

Na een lange tijd wou ik terug naar buiten kunnen. De wereld in actie zien, de buitenlucht ruiken, mensen bezig zien en genieten van landschappen en ook van de stad.Lang stappen was te pijnlijk en uitputtend en nu nog steeds eigenlijk. Dus had ik een hulpmiddel nodig en het aanschaffen van mijn rolstoel gaf me nieuwe mogelijkheden. Ik kon nu terug samen met Hugo en de kinderen naar buiten en dit gaf me een goed gevoel. Doch tegelijk voelde ik me schuldig omdat Hugo met mij moest sleuren stoep op, stoep af.Enerzijds was ik hem dankbaar omdat hij dit voor mij wou doen, anderzijds kon ik niet wegcijferen dat ik afhankelijk was van hem. Zittend in de rolstoel wordt dit eens zo duidelijk.Maar Hugo bleef me in alle vriendelijkheid duidelijk stellen dat hij blij was terug met mij op stap te kunnen en samen te kunnen genieten van onze uitjes. Ik zag hem letterlijk openbloeien en genieten van ons samenzijn. Tijdens mijn meditatiebeoefeningen kwam ik tot inzicht dat ik me minder schuldig voelde telkens ik mijn aandacht in mededogen richtte op Hugo en hem zo ook universele liefde kon schenken. Thuis deed ik zoveel mogelijk wat ik kon voor hem en de kinderen en integreerde zo meer en meer mededogen in mezelf. Ik deed het huishouden niet meer uit plichtsbesef maar uit liefde en met een blij gevoel voor mijn dierbaren.Wanneer ik in de rolstoel naar buiten kom, treden er soms spontane contacten op met mensen. Maar anderen hebben het er juist moeilijk mee om me te ontmoeten in een rolstoel. Dan probeer ik me in te leven, hoe het voor deze mensen moet zijn, om tegen een persoon in een rolstoel aan te kijken. Voor sommige kan dit heel confronterend zijn. Ik neem me telkens voor om in liefdevolle vriendelijkheid in contact te treden. Dit helpt meestal en zo verdwijnt de drempel. Zo kom ik ook in contact met andere rolstoelgebruikers en kan ik nu ook aandacht hebben voor hun lijden en pijn. Mijn pijn en mijn lijden is niet meer belangrijker dan iemand anders zijn pijn en lijden. Ook zijn er mensen die nog veel ergere handicappen en ergere pijnen moeten doorstaan. Op een dag zag ik een reportage op de TV over een vrij jonge man die totaal verlamd in bed lag met allerlei computergestuurde apparaturen rondom zich om hem zo te kunnen behelpen om te lezen bv. of de gordijnen te sluiten, de deur te openen voor zijn bezoekers enz… De enige contacten die hij had waren zijn hulpverleners voor zijn verzorging. En toch zag deze man er zó gelukkig uit. Ik was diep getroffen door zijn stralend gezicht en zijn moed en besefte dat geluk niet afhankelijk is van een al dan niet gezond lichaam. Wel hoe je in contact bent met jezelf en de anderen en vooral in openheid voor je spirituele weg. Dit stimuleerde me om verder te gaan op mijn pad en ik kreeg meer vertrouwen in de Dharma. Hoe meer ik ging mediteren en trainen in mededogen en later ook in metta bhavana, hoe meer mijn aandacht uitgaat naar de pijnen en lijden van anderen. Ook mensen die normalerwijze kerngezond zijn, maar door acute ziekte pijn lijden, besef ik dat op dat ogenblik de fysieke pijn van de ander daarom niet minder pijnlijk is. En tenslotte lijdt iedereen sowieso, ook wanneer je lichamelijk kerngezond bent.Ik voel me nu op mijn gemak en spontaan in mijn rolstoel. Ze is geen belemmering voor mij en ik voel me erdoor niet meer schuldig, ze is wel een grote hulp en mijn vriend, want ik mediteer er nu ook in. 


Ontwaken in pijn (deel 2)

mei 17, 2007

Herkenning en Erkenning, Aanvaarding en Inzicht: het begin van de genezing.

Steve Wilkinson ontroerde me en ik herkende me volledig in zijn verhaal. Zo ontdekte ik dat ik niet alleen was met mijn symptomen en kon ik meer en meer lezen over anderen die in hetzelfde schuitje zaten.Bij dokter van Montfort ging ik op consultatie en al heel vlug voelde ik me door hem erkend in mijn ziek zijn. Dit was voor mij de eerste werkelijke stap naar genezing. Gewoon er mogen zijn met mijn pijnen en diverse symptomen was voor mij heel belangrijk. Te dikwijls werd ik geconfronteerd met mensen die me niet konden of wilden begrijpen en het vooral niet wilden aanvaarden dat ik wel degelijk ziek was. Al te vaak wordt er van mensen zoals ik gezegd dat we het ons maar inbeelden en dat het onmogelijk is zoveel symptomen tegelijkertijd te hebben, dat we vooral hunkeren naar aandacht enz… Zelfs nu nog, na meer en meer verduidelijking in de medische wereld beweren sommigen nog steeds het tegendeel. Ik neem het hen nu niet meer kwalijk. Het is ook niet gemakkelijk om inzicht te krijgen in deze problematiek en ik kan me nu wel degelijk voorstellen dat sommige mensen daar echt niet bij kunnen, er ook niet klaar voor zijn. Geconfronteerd worden met de ziekte van een ander is ook geconfronteerd worden met je eigen zwakheden en de kans dat je ook wel ernstig ziek kunt worden, dit is niet zo eenvoudig te aanvaarden.

Bij dokter van Montfort bespraken we eens mijn allergieënproblematiek en allerlei factoren die me daardoor heel wat moeilijkheden bezorgden. Op een bepaald ogenblik liet ik me ontvallen “ik kan daar allemaal niet tegen”, waarop zijn antwoord prompt was “jij kunt het aan, maar je lichaam verdraagt het niet”. Deze zin sloeg in als een bom. Dit gaf me onmiddellijk een volledig andere kijk op mezelf. Ik gaf me niet meer de schuld van mijn ziekte en ik keek anders naar mijn lichaam. Mijn lichaam diende geholpen te worden en daaraan kon ik iets doen. Ik voelde me niet meer hulpeloos en hopeloos naar mezelf toe.Wel had ik nog een lang proces te gaan en heel wat frustraties te overwinnen maar ik stond er niet alleen voor. Hugo was mijn begrip en steun en de dokter hielp me op weg om mijn ziekte onder controle te krijgen.Ik kreeg huiswerk mee. De uitgebreide reeks symptomen konden van dag tot dag, van uur tot uur veranderen. Alle symptomen die ik onderging, moest ik noteren met uitgebreide uitleg. Dit om de dokter een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van wat ik dagelijks ervaarde. Zo kon hij een therapie opbouwen die voor mij zo efficiënt mogelijk was.Niet enkel de symptomen van pijn dienden te worden besproken maar ook een zeer lange reeks andere symptomen die ik jullie wil besparen. Op twee symptomen na, nml. jeuk en stoornissen in de geest. Later kom ik daar even op terug bij de meditatiebeleving. Jeuk vind ik erger dan pijn. De uitwendige jeuk, dat gaat nog. Wanneer je huid jeukt kan je altijd eens krabben. Maar inwendige jeuk vind ik verschrikkelijk. Dit is jeuk in de bloedvaten. Dit komt voornamelijk door de voedselintolerantie. Het lijkt of er een spinnetje doorheen je bloedvaten loopt. Je kunt er niet naar grijpen want het verloopt zeer snel. Soms was het niet te vatten. ‘k Heb zo dagen en momenten gehad dat Hugo me werkelijk helemaal moest vasthouden of ik werd gek van de jeuk. Zijn kalmte en liefdevolle genegenheid hielpen mij tot rust te komen en mijn aandacht weg te houden van de hevige jeuk zodat ik niet van de jeuk in agressie ging. Dankzij een voedselallergie-onderzoek in Duitsland weet ik nu precies wat mijn lichaam verdraagt en wat niet. Hierdoor is de jeuk fel verminderd en komt de inwendige jeuk nog uitzonderlijk voor.Wanneer ik het heb over stoornissen in de geest dan bedoel ik daarmee de gewone geest. Niet de ware natuur van de geest die we door middel van meditatie trachten te ontwikkelen.

Die gewone geest is niet altijd in overeenstemming met mijn motoriek. Zo kan ik bv. de wil hebben om door een deurgat te gaan, maar loop ik dan juist tegen de muur op. Of ik wil iets doen, ‘k sta recht en weet al niet meer wat ik wou doen. Dit gebeurt dan niet eens per dag maar dit gaat zo dan de ganse dag door. Wanneer ik dan een gesprek wil voeren moet ik dan voortdurend zoeken naar de woorden die ik wil vormen. Ik weet het woord, maar ik kan het niet voor mijn geest halen. Communiceren verloopt dan zeer traag en moeizaam, en vraagt dan ook veel energie. Soms manifesteert dit symptoom zich plots, soms komt het sluimerend naar boven. Het kan één dag, of dagen duren. Dit heb ik niet in de hand. Het is dus enorm moeilijk om daarmee om te gaan, want je hebt er geen controle over. Dit was een van mijn grootste frustraties.

Door het feit dat ik dit alles dagelijks diende te noteren voelde ik me aanvankelijk emotioneel zieker en zieker. In het besef wat ik allemaal niet meer kon, liepen de frustraties hoog op. Telkens toen ik bij de dokter kwam liet hij me het belang van deze notities zien. Geleidelijk aan probeerde hij greep te krijgen op mijn ziekte. Hij was bijzonder zorgzaam in elke stap die hij ondernam. Hij had oog voor mij en wilde noch mij noch mijn lichaam extra belasten. Ik voelde me zo begrepen door hem dat ik meer en meer de voordelen van het neerschrijven zag. Hij liet me op een positieve manier kijken naar mijn lichaam. Ik leerde dat niet alle pijnen dezelfde waren. De ene manifesteerde zich meer dan de andere. Bot- en gewrichtspijnen voelen anders aan dan spierpijn, pijn in de organen zijn dan weer helemaal anders. Constante pijn vraagt weer op een andere manier aandacht enz…Sommige zijn in combinatie, andere kunnen zich heel verrassend manifesteren.Door dit allemaal te analyseren begon ik raar maar waar geleidelijk aan mijn lichaam te aanvaarden met al zijn moeilijkheden en duwde ik de pijnen niet meer weg. Ze mochten er zijn want door het feit dat ik me er bewust van was, kon de dokter me juist helpen, alleen wist ik nog niet hoe ik ermee kon omgaan. 


Ai Ai Ai ‘t toe sier! Ontwaken in pijn (deel 1)

mei 15, 2007

 Onderstaande tekst werd door Riet, een mitra van ons Gentse centrum geschreven; het verschijnt omwille van zijn lengte in afleveringen op onze weblog.

Ik ben geboren met een constructiefout in mijn D.N.A. Daardoor hebben er zich een aantal ziektebeelden ontwikkeld, nml: osteoporose, auto-immuun, volgens het vakjargon van de dokters: Auto-immuun urticaria/angio-oedeem anafylaxie (antiparitaalcel/ AS + schildklier AS), ernstige allergieën met anafylactische reacties, astma met inspanningsastma, voedselintolerantie en c.v.s. Ik weet nog maar vrij recent (aug. 2004) dat de oorzaak van deze problematiek zich bevindt in mijn D.N.A. Eigenlijk was ik vanaf mijn geboorte regelmatig ziek. Meestal ernstige virale infecties. Doch in de tussenperioden was ik meestal zoals ieder ander. Ik speelde en ging naar school zoals elk ander kind. Tussen mijn 10e en mijn 12e  jaar ontdekte ik dat mijn lichaam niet altijd meekon met het tempo aan energie die ik wou bereiken in leren en spelactiviteiten. Geleidelijk aan kwamen toen al regelmatig symptomen van pijn en vermoeidheid naar boven. Vooral in de jaren 70 en 80 had ik te kampen met diverse ernstige ziektes en operaties. Doch negeren was mijn moto en gewoon verder doen. Dit heb ik jaren kunnen volhouden tot in 1993 het noodlot toesloeg en ik in hevige anafylaxie in allerijl in de spoedopname belandde. Zo ben ik nog eens driemaal op twee maanden tijd in de spoedopname beland. Nadien ging het vlug bergaf met mij. Ontgoocheling, verbijstering, wanhoop en verdriet namen bezit van mij. Hierdoor voelde ik me slachtoffer van mijn ziekte en de medische wetenschap die nog niet heel ver stond qua informatie en genezing van deze ziekte. Wanneer je diep in de put valt, heb je één voordeel, dieper kan niet meer. Dus is er maar één weg terug. Geleidelijk aan eruit klimmen.Ik voelde me zó ongelukkig en mijn aandacht en de weinige energie die ik nog had, gingen voortdurend naar mijn pijnen en uitputtingen. Een tas vasthouden om te drinken, vroeg al enorme inspanning.  Het huis waarin ik woon is niet zo praktisch voor mij. Voor het toilet moet ik naar boven of beneden. Trappen lopen was toen een marteling. Telkens kroop ik trede per trede naar boven en deed er soms wel een kwartier over om het toilet te bereiken. Ik besefte dat dit zo niet langer kon. Ook wou ik niet dat mijn man Hugo en mijn kinderen slachtoffer werden van mijn ziekte. Uiteraard was ik voor heel wat zaken op hen aangewezen. Maar op deze manier kon dit niet mijn leven lang blijven duren.Zo ging ik op zoek naar meer informatie over mijn ziekte. Ik vond drie boeken interessant voor mij:

 1. Myalgische Encephalomyelitis van Steve Wilkinson. M.E. is de oorspronkelijke benaming voor C.V.S. Ik gebruik eigenlijk liever deze benaming omdat hierin niet enkel de nadruk ligt op vermoeidheid want de ziekte bestaat uit veel meer dan enkel de vermoeidheid.

2. Het vermoeidheidssyndroom van Dr. David Smith. Een meer theoretische – medische uitleg.

3. Immuuntherapie van Dokter van Montfort.De eerste en de laatste heb ik op een aantal dagen verslonden. 


Voortgaan

maart 26, 2007

Voortgaan is één van die thema’s die me sinds mijn eerste stappen op het Boeddhistische pad recht in mijn hart /geest troffen. Het greep me aan toen ik voor het eerst las hoe de Boeddha, toen nog Prins Siddharta, zijn familie en zijn comfortabele leventje achter zich liet omdat hij had gezien hoe onbevredigend het leven is, hoe niets vast staat en hoe we allemaal ooit zullen ziek zijn, oud worden en dood gaan. Hij was opgegroeid in een beschermde omgeving, waarin zijn vader hard zijn best deed om het hem zo aangenaam mogelijk te maken. Op een dag maakte hij een tochtje rond de stad en zag voor het eerst een oude man, een zieke man, een lijk en een spirituele zwerver. Waarschijnlijk had hij voorheen wel zieke en oude mensen gezien, maar op dat moment zag hij het voor het eerst. Ik herken dat wel vanuit mijn eigen ervaring, die momenten waarop ik plots iets doorheb of iets echt zie. Misschien fiets je jaar in jaar uit dezelfde weg en op een dag zie je plots een huis, een boom of een ander opvallend iets en je zou gezworen hebben dat dat er niet was de dag voorheen. Alleen, huizen worden niet gebouwd in één nacht en bomen groeien niet in 24 uur… In het midden van de nacht sloop hij weg uit het paleis op zoek naar de Werkelijkheid. Wat betekent dat voor degenen die in de Boeddha zijn voetspoor treden? Voortgaan betekent een groep achter je laten, jezelf los maken en op zoek gaan naar je eigen identiteit. De Boeddha verliet de groep ‘s nachts en niemand merkte het op. Wanneer je je los maakt van een groep ziet de groep je eigenlijk niet vertrekken omdat ze de persoon die weggaat niet écht zien. Ze zien een dochter, een partner, een collega of welke rol dan ook vertrekken maar niet de persoon zelf. Iedereen die de leer van de Boeddha toepast, zal vroeg of laat moeten voortgaan. Soms is dat fysiek, soms emotioneel, soms heel drastisch, soms heel geleidelijk. Voor mij is het behoorlijk drastisch gegaan. Ik zag dat bepaalde delen in mijn leven niet in lijn waren met mijn waarden en besloot daar wat aan te doen. Ik ben naar Engeland verhuisd om te wonen en werken met andere Boeddhisten, om mijn beoefening te delen en te verdiepen. Mijn moeder zag enkel haar dochter vertrekken, de mensen op mijn werk enkel hun collega, vrienden enkel hun vriendin. Het was zeker niet makkelijk om de stap te zetten en hoewel mijn hart er wel voor het grootste deel achter zat, merk ik nu, anderhalf jaar later, hoe ik vele beslissingen heb genomen vanuit de rational mode en hoe, met tussenpozen, ik mijn hart moet bijbenen. Soms bedenk ik dat het zoiets is als een zeebodem verschuiving. Aan de oppervlakte lijkt er op het eerste moment niets te gebeuren, dan komt er een enorme golf die alles overspoelt en dan lijkt het weer rustig. Maar in de diepte is er vanalles gaande. Alle leven diep onder het wateroppervlak zoekt naar een nieuw evenwicht en het duurt een hele tijd voor de rust ook daar is teruggekeerd. Het is een proces van integratie en van meer en meer mezelf worden. Hoewel ik nu veel meer met mensen ben en veel meer deel, lijkt juist dat ertoe bij te dragen om meer een individual te worden.  Voor mij is het voortgaan een proces, steeds op een dieper niveau voortgaan.  Regelmatig begin ik door mijn spullen te gaan en vraag ik me af waarom ik in hemelsnaam de moeite nam om ze naar hier te verhuizen. Ik kan ze nu makkelijk loslaten, maar een jaar geleden kon ik dat blijkbaar nog niet.  Maar het is natuurlijk niet alleen voortgaan van fysieke dingen. Voortgaan van mijn gewoontes is meestal veel moeilijker omdat ze veel dieper in mijn wezen zijn geworteld. Het is soms ook heel beangstigend. Ik merk dat ik soms helemaal niet wil voortgaan, dat ik geen individual wil worden. Soms wil ik gewoon samen met mijn vrienden voor Toevlucht gaan. Maar in the end moet ik het alleen doen. Deze morgen toen ik zat te ontbijten dacht ik over hoe groot de impact van die ene beslissing is op mijn leven.  Hoe anders mijn leven is, maar ook hoe het opnieuw condities zijn. Goed, het zijn andere condities en hopelijk ondersteunen ze mijn beoefening, maar het zijn condities. En dus zal ik ze ook moeten achterlaten op een bepaald moment, een nieuw voortgaan. But not quite yet…

Mieke

 (Mieke is een mitra uit Gent die sinds anderhalf jaar in een VWBO-community in Cambridge woont en daar werkt in een boeddhistische context, meer bepaald bij Windhorse)


De blinde man en de schildpad

maart 25, 2007

 (Op donderdag  22 maart was er de mitraceremonie van Riet in het Gentse centrum. Dit schreef ze naar aanleiding daarvan:)

Dertien jaar geleden zag er na een ingrijpend en ontgoochelend telefoonberichtje mijn bestaan en de toekomst er allesbehalve rooskleurig uit. Ik wou mijn man Hugo en mijn kinderen niet het slachtoffer maken van een programmafout in mijn DNA.Zo wou ik op zoek naar informatie over mijn ziekte.  Het is vroeg in de voormiddag en mijn lichaam is een wrak, maar toch met veel moeite lukt het me voetje voor voetje op stap te gaan. Ik zou er uren over doen, maar wat maakt het uit, deze dag is nog lang.Mijn eerste informatie-adres levert niets op maar toen … in een boekhandel vind ik het boek van een dokter. Ik herken mij helemaal in wat er in dit boek is neergeschreven. Blij dat ik terug naar huis kan, maar eerst wil ik nog de stadsbibliotheek bezoeken en zo heb ik nog een héél eind te stappen. Totaal uitgeput bereik ik het Zuid. Centimeter per centimeter schuif ik vooruit en zie hoe snel de wereld aan mij voorbijvliegt. Mensen zijn druk aan ’t winkelen of stappen haastig naar bus- of tramhalte. Plots zie ik aan de overkant een akelig tafereel. Een blinde man zoekt tevergeefs zijn weg in een chaos van fietsen aan de bib. “Mensen, mensen zie dan toch”, maar nee, ieder loopt aan hem voorbij. Ó wat duurt het lang met mijn schildpadstapjes naar de overkant!Seconden leken wel uren, …. eindelijk bereik ik de blinde man. Ik reik hem mijn arm en leid hem naar binnen Het is een vrolijke man en hij vraagt me wat ik voor mijn beroep doe. Al pratend bereiken we de vierde verdieping en vertel hem dat ik momenteel mijn beroep niet meer uitoefen maar niet waarom dat zo is. Aan de balie nemen we afscheid. Ik geef hem over aan de zorg van de dienstdoende vrouw. Moe maar intens gelukkig dat ik deze man heb kunnen helpen ga ik eindelijk naar huis. Voor het eerst voel ik zuiver wat Metta Bhavana betekent. Dit gevoel geeft me een dimensie meer omdat de man niet kon zien hoe ziek ik ben en bedenk hierbij wanneer dit nog mogelijk is dan kan ik tóch nog nuttig zijn. Na mijn uitstap lig ik maanden in mijn ligstoel of te bed maar niet zonder doel. Via het boek kom ik in contact met de auteurdokter in Nederland. Toeval of niet, hij is geruime tijd praktiserend boeddhist en een uitstekende dokter. Door hem leer ik geleidelijk aan mijn lichaam te aanvaarden en er goed naar te luisteren. Samen krijgen we stap voor stap de ziekte onder controle. Een collega-vriend komt mij ter hulp. Hij heeft diverse retraites in Frankrijk meegemaakt bij Sogyal Rinpoche en is al vele jaren aan het mediteren. Zo leer ik mijn eerste mantra (Vajrasattva mantra) en verdiep me in meditatie. Ik krijg voeling met mijn boeddhanatuur en lees steeds meer over de dharma.Doch, …. ik achtte het niet voor mogelijk maar een aantal jaren terug kregen we grote onenigheid. Dit leidde tot een breuk in onze spirituele ontmoetingen. Het was niet zozeer de discussie doch de manier waarop hij tekeer ging dat me sterk ontgoochelde. Is het dat wat de Dharma ons brengt, vraag ik me af? Opeens denk ik aan de woorden van de Boeddha, “vertrouw niet op de leraar, vertrouw op de Dharma”. Met dit voor ogen besluit ik me niet te laten ontmoedigen door die éne man.Door die ervaring waren mijn gevoelens voor die man een tijdje geblokkeerd, maar geleidelijk aan kwam tijdens mijn meditaties mijn aandacht voor hem terug. Ik zag hoe hij voor een stuk gevangen zat in zijn gezichtsveld en verankerd in een paar patronen. Ik besefte hierbij hoe belangrijk het is ook naar mijn eigen automatismen te kijken en daaraan ruimte en aandacht te geven tijdens de meditatie en te proberen elk moment van de dag daarvoor alert te zijn zodat ik  niet verstrengeld geraak in mijn eigen routinegewoontjes. Want dit is ook loslaten. Mijn zorg voor hem gaat vooral uit naar de wens dat hij ook dit inzicht mag ervaren en vooral gelukkig zijn en nooit vrij zijn van de oorzaken van geluk. Misschien ontmoeten we elkaar ooit nog terug en kunnen we elk vanuit een ander gezichtsveld naar elkaar kijken. Dat zou pas mooi zijn. En indien dit niet mogelijk is zal ik hem tijdens mijn meditaties blijven metta geven, want laat me vooral niet vergeten dat ik door hem het pad heb ontdekt en dat hij mede aan de basis ligt van mijn boeddhistisch leven en dat de Vajrasattva mantra die ik van hem heb gekregen voor mij een grote hulp is geweest in mijn zuivering en het aanvaarden van mijn ziekte en het leren loslaten van alle frustraties in verband hiermee. Boeddhistische literatuur helpt me verder en ik blijf regelmatig mediteren. Als je lange tijd alleen het pad bewandelt, blijf je wel eens steken.  Nood aan hulp ga ik op zoek naar een leraar.En zo kom ik hier bij jullie terecht.Ik ontmoet hier niet één leraar, maar “vele”!Ik krijg van jullie vriendelijkheid, zorgzaamheid, liefde, regelmatig een stevige knuffel, humor en een lach. Tijdens de theeklets ontdek ik zoveel persoonlijkheden, lieve mensen die mijn creativiteit terug wakker maken en zoveel meer. De dharma wordt duidelijk en op een spontane manier gebracht. De meditatieruimte is mooi en het Boeddhabeeld prachtig. Wat wil ik nog meer? In deze Sangha voel ik me thuis. Bruno, ik was zeer ontroerd tijdens jouw Mitra-plechtigheid en ik voelde mijn vertrouwen groeien om ook Mitra te worden. Met deze ceremonie leg(de) ik bewust en oprecht mijn gelofte af aan de Drie Juwelen (de Boeddha, de Dharma en de Sangha). Mijn hart gaat uit naar deze Sangha en ik voel mij nu volledig thuis in mijn boeddhanatuur.Ik heb nog veel te leren en nog een lange weg te gaan. Maar ook een schildpad komt ooit eens aan! Graag wil ik dit verhaal sluiten met twee Gatha’s van Thich Nhat Hanh: 

Ik adem in en kom tot rust.Ik adem uit en glimlach.Thuisgekomen in het nu,wordt dit moment een wonder!  

Met lichaam spraak en geest in volmaakte eenheidzend ik mijn hart mee met de klank van de bel.Laat wie dit hoort uit onachtzaamheid ontwakenen alle angst en verdriet overstijgen.  

Lieve mensen dankjewel allemaal! Riet  


een verhaaltje voor het wakker worden …

februari 5, 2007

ijsbloem

Er was eens een rijke koning in een niet zo erg ver land. De man had een bescheiden paleis, een knappe koningin, een paar honderd dienaren en een klein landje. In vergelijking met de omringende staatshoofden was hij eigenlijk een heel bescheiden koningkje. Toch was het land in de loop der eeuwen meerdere malen belaagd door vreemde mogendheden omdat het een heel bijzondere en unieke rijkdom bezat. In de tuin van het koninklijke paleis stonden grote serres en elke morgen, zonder uitzondering voor zover iemand zich kon herinneren, waren de serres bedekt met ontelbare prachtige ijsbloemen. Ook deze koning stond iedere morgen heel vroeg op, net zoals zijn voorvaderen, om deze pracht en praal te bewonderen. De koning had vaak ook gasten en ook die stonden op, tegen alle gewoontes van de aristocratie, op wat ze zelf onnoemelijke uren noemden. Maar het was het allemaal waard want de pracht van de ijsbloemen was ongeëvenaard.

Op een dag zat de koning in zijn tuin de nieuwe bloemen van die dag te bewonderen en opeens bedacht hij dat het toch wel zonde was dat de bloemen steevast na enkele uren weer verdwenen, als de zon tevoorschijn kwam. Zou het niet prachtig zijn mocht hij de ganse dag en zelfs de ganse nacht door deze bloemen kunnen bewonderen? De koning was een man van daden en nog die dag riep hij al zijn wetenschappers bij elkaar en ging samen met hen plannen bedenken waardoor hij dit kon realiseren. Het paleis veranderde prompt in een drukke werf en iedere morgen werden de nieuwe plannen waarmee de ijsbloemen misschien konden worden bewaard doorheen de dag ten uitvoer gebracht. De tuin werd gevuld met wetenschappelijke apparatuur en de dagen waren overvol. Iedereen stond vroeg op om met de nieuwe ijsbloemen van die dag aan de slag te gaan en tot ‘s avonds laat werd er vergaderd en gepland om de strategieën en plannen bij te sturen.

Jaren gingen voorbij maar het verlangen van de koning kon nog steeds niet gerealiseerd worden. Elke ochtend, als de zon tevoorschijn kwam, verdwenen de ijsbloemen zachtjes. De koning werd moe en bitter en op een dag, na 3 jaren onafhoudelijk te werken aan zijn plannen, viel de koning op een avond totaal uitgeput op zijn bed neer. Hij viel in een diepe slaap. De koning sliep en sliep en werd enkel soms nog even wakker om iets te eten en te drinken maar verdween daarna weer in zijn diepe slaap. Met het verdwijnen van de koning, verdween ook de drijvende kracht achter het project. Langzaam stopten alle werkzaamheden en gleed het koninklijk paleis weer in de stilte waar het vroeger in verkeerde.

Na enkele weken werd de koning wakker uit zijn diepe slaap. Hij voelde zich fris en monter. Hij klom voorzichtig uit zijn bed en wankelde naar het raam. Het was vroeg in de ochtend, de zon was ook nog maar net op en het was doodstil in het paleis. De koning kleedde zich aan en ging, zoals hij dat vroeger zo vaak had gedaan, naar buiten. Hij ging de tuin in, ging naar de koninklijke serres en zette zich daar neer op een achtergelaten koffer van de wetenschappers. Hij keek naar de wonderbaarlijke en kostbare ijsbloemen die zich die nacht op het glas hadden gevormd en besefte dat hij ze sinds jaren niet meer zo had gezien. De koning zat daar urenlang en genoot. En toen de zon over de boomtoppen priemde en het zonlicht op de bloemen viel, verloren ze zachtjes hun vorm en liepen over het glas naar beneden. De koning besefte voor het eerst dat het goed was zo, dat de ijsbloemen moesten verdwijnen zodat de dag erop zich nieuwe konden vormen. Dat was het ook wat ze zo kostbaar en wonderbaarlijk maakte. Zachtjes ging de koning achterover zitten en genoot nu ook voor het eerst van het zonlicht dat de tuin binnengleed.

Opgedragen aan alle ijsbloemen die ik door mijn onwetendheid en dwaasheid van hun schoonheid beroofd heb

Bart


Westerbork

januari 16, 2007

Een paar weken geleden was ik in Westerbork, waar onder andere Etty Hillesum en Anne Frank gezeten hebben voor ze op transport werden gesteld. Zowat alles van de barakken is verdwenen en als bezoeker ben je vooral aangewezen op het gebruik van je verbeelding. Ook de omgeving is ondertussen nogal veranderd; in de periode van Etty was Westerbork niet omgeven met bossen maar zag je vanachter de prikkeldraad de heide. Nu is die open, wijdse vlakte verdwenen en zijn bomen in de plaats gekomen. Maar dit vormt geen beletsel om je enigszins voor te stellen hoe het geweest moet zijn.

Bij het binnenkomen van het kamp was ik het huis van de kampcommandant gepasseerd en die figuur fascineerde me, wie was dat, waarom deed hij wat hij deed, hoe keek hij daar naar? Maar algauw vervaagde de figuur van de kampcommandant en zag ik mezelf zijn plaats innemen. Ik kon evengoed de kampcommandant zijn! Ik bén de kampcommandant. Wat is het verschil tussen mensen als vee behandelen en hun waardigheid ontnemen en iemand nogal brutaal afsnauwen omdat ik moe ben en in mijn bed wil? Wat is het verschil tussen iemand op transport zetten naar zijn gewisse dood en een biefstuk bestellen bij de beenhouwer? Wat is het verschil tussen mensen hun privacy ontnemen en ongevraagd bij een vriend binnenvallen omdat ik behoefte heb aan gezelschap? Ik ben de kampcommandant omdat ik in wezen niet anders ben dan de kampcommandant: telkens als ik iemand vanuit een zelfgerichte houding benadeel op wat voor wijze ook, ben ik niet verschillend van de kampcommandant. Ik denk zelfs dat het probleem net is dat ik ga denken: hoe is het mogelijk dat dit kon gebeuren? Hoe kan iemand zoiets doen? Wel, iedereen kan zoiets doen, iedereen is daartoe in staat. Ik dus ook. Net door te denken dat ik het niet kan, werp ik een barrière op, een scheiding, en ga ik mezelf als beter voordoen. Maar in elk van ons is een kampcommandant. Telkens ik iemand kwets, verkracht ik, dood ik, moord ik, verpletter ik…En ik kwets mensen… en mensen kwetsen mij…Als ik dit echter in liefde, in onvoorwaardelijke, niets verbloemende en niet-oordelende liefde kan zien voor wat het is, dan is er werkelijke verbondenheid tussen die ander en ikzelf want we doen net hetzelfde. En dan gaat mijn hart open, kan mijn hart alles en iedereen omvatten, ook de moordenaar en de verkrachter want ben ik dan anders misschien? En ben ik anders dan degene die op transport wordt gezet met gerafelde kleren en een schamel koffertje, beroofd van menselijkheid, aangetast en besmet…?

…ik ben de eendagsvlieg die zich op het oppervlak van de rivier ontpopt, en ik ben de vogel die, als de lente komt, net op tijd is om de eendagsvlieg te verschalken.

…ik ben de kikker die vrolijk rondzwemt in het heldere water van de vijver en ik ben ook de ringslang die stilletjes nadert en zich voedt met de kikker.

…ik ben het twaalfjarige meisje,vluchteling op een klein bootje, dat zich in de oceaan werpt nadat ze is verkracht door een zeerover. En ik ben de zeerover, met mijn hart nog niet in staat tot begrijpen en liefhebben.

…noem me alsjeblieft bij mijn ware namen, zodat ik kan ontwaken, en de deur van mijn hart open kan blijven staan, de deur van mededogen.

(fragmenten uit Noem mij bij mijn ware namen van Thich Nhat Hanh)

 


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.