Loslaten: een gewicht dat van je schouders valt.
Ik was een bezige bij. Naast mijn huishouden en moeder zijn van twee zonen, was ik Gestaltpsychotherapeute, gaf ik individuele therapie en groepstherapie, ik hielp Hugo (zelfstandige boekhouder) met ontvangen en afspraken regelen voor de klanten, deed aan tapdans, later aan tai chi en zong een paar jaar in twee koren tegelijkertijd, Ars Cantandi in Eeklo en Novecanto in Gent.Na mijn ervaringen in de spoedopname heb ik alles één voor één laten vallen. Telkens ik iets stopzette onderging ik een stukje rouwproces. Iedere keer ervaarde ik verdriet en emotionele pijn om wat ik achter liet. Telkens geconfronteerd met een stukje leegte. Het was een heel proces om die leegte te aanvaarden, mijn verdriet te kunnen plaatsen en er ruimte aan te geven, om zo tot emotionele rust te komen. Het ergste vond ik de dieren die het huis uit moesten omwille van mijn ziekte. De kinderen moesten hun parkietje en cavia’s vaarwel zeggen en het meest ingrijpende was, onze lieve intelligente hond Miek, moeten laten gaan.En ik voelde me enorm schuldig, want ik was de oorzaak van dit alles. Wanneer ik er op terugblik, doet het me nog steeds pijn. Zo belandde ik zoals ik al zei in mijn bed of ligstoel vol zelfverwijt, ontgoocheld, ongelukkig en mijn aandacht voortdurend bij mijn pijnen en uitputting (een zware last op dat moment) tot ik het boek van dokter van Montfort las en tijdens de consultaties bij hem stap voor stap tot inzicht kwam. Wanneer ik geleidelijk aan mijn lichaam en mijn toestand ging aanvaarden gebeurde er twee bijzondere dingen. Er kwamen mensen op bezoek. Dikwijls ook mensen die het in hun leven niet gemakkelijk hadden en met psychische problemen worstelden. Inherent aan mij ging mijn aandacht toen telkens volledig uit naar hun verhaal en ik luisterde heel bewust en aandachtig want ik wou door mijn concentratiestoornissen niets missen van hun verhaal. Zo kon ik hun goede raad geven en dit stemde me gelukkig. Toen ontdekte ik dat wanneer ik in volle aandacht was voor hen, mijn aandacht naar mijn pijnen en uitputting verdween. Op dergelijk moment had ik precies minder pijn. In werkelijkheid was dit niet zo maar door mijn aandacht ten volle te richten naar iets anders vergat ik de pijn. Nadien was ik wel extreem moe maar ik voelde me telkens gelukkig omdat ik toch nog nuttig kon zijn.Een collega-vriend kwam mij te hulp. Hij was al jaren praktiserend boeddhist bij de Tibetaanse scholing. Hij leerde me hoe ik me kon concentreren op één punt en terzelfder tijd de zuiveringsvisualisatie toepassen tijdens het citeren van de Vajrasattva mantra (een mantra waarbij je, je visualiseert dat er warm zonlicht of gewoon licht, via je kruin naar binnen komt en doorheen je lichaam gaat. Zwarte vloeistof van frustratie, ongemakken en blokkades gaan via je voeten naar buiten de aarde in, want de aarde is vol mededogen en voedt zich met je afval). Onmiddellijk een grote stap in de meditatie maar ik leerde vrij vlug de mantra en telkens ontdekte ik rust tijdens het mediteren. Tijdens de bodyscan doe ik die visualisatie nog regelmatig en soms blijf ik langer stilstaan op plaatsen in mijn lichaam die het moeilijk hebben, waar ik veel pijn voel en geef ik die extra warmte en zonlicht. Mijn geest ging open en maakte ruimte voor de ware natuur van mijn geest. Ik was voor het eerst in contact met mijn boeddhanatuur. In het begin lukte het me dit regelmatig een twintigtal minuten vol te houden zij het weliswaar rechtzittend in mijn ligstoel of in bed. Soms kon ik door de vele symptomen die in extremen tot uiting kwamen (dit noemen we “gans de malaise” is bezig) dagen, of weken niet mediteren. Maar wanneer de malaise minderde en de ziekte weer wat onder controle was, had ik telkens terug de behoefte om te mediteren. Zo kwam ik steeds dichter in contact met mezelf en leerde mijn handicap te aanvaarden (door ze juist toe te laten) en zo het lijden onder de pijnen los te laten. Ik kreeg ook terug voeling met mijn positieve waarden en gaven. Na enige tijd besefte ik dat ik niet meer gebukt liep onder mijn ziekte. Een last was van mijn schouders gevallen. Ik had nog evenveel pijn en ik worstelde nog met evenveel symptomen maar ik leed er niet meer onder. Stap voor stap voelde ik me gelukkiger en kon ik terug lachen, mijn humor was er weer, ik voelde me voor ’t eerst bevrijd.Ik had wel nog één probleem tijdens de meditaties, en dat was wanneer ik hevige jeuk had. Dit was voor mij een uiterst moeilijk proces om mijn aandacht daar naar toe los te laten. De jeuk in de huid dat lukte enigszins nog, maar de jeuk in de bloedvaten dat lukte niet echt om helemaal los te laten. Gelukkig kwam daaraan vrijwel een einde toen het onderzoek naar mijn voedselintolerantie volledig was afgerond en ik sindsdien een zéér streng dieet volg. Heel uitzonderlijk komt het nog eens voor, dan kan ik de meditatie altijd even uitstellen. Wanneer de stoornissen in mijn geest, die gepaard gaan met concentratiestoornissen, me kwellen dan merk ik dat nu onmiddellijk tijdens mijn meditatie. Dan ben ik net een vlindertje die van de bloem even wegvliegt en elke keer weer terug gaat naar diezelfde bloem om voldoende nectar te kunnen opnemen. Zo ben ik er mij van bewust dat mijn geest steeds afdwaalt. Niet dat er daarom altijd veel gedachten opkomen, wel dat ik als het ware telkens een black-out heb en ik dit iedere keer opmerk. Zo probeer ik net als de vlinder terug te gaan in aandacht en bij de meditatie te blijven, zodat die inspanning me toch opnieuw in concentratie en openheid brengt. Geleidelijk aan kreeg ik vertrouwen in dit proces. Ik leerde beseffen dat wanneer gans de malaise me het soms dagen, weken of maanden moeilijk kan maken en mijn geest me regelmatig in de steek laat dit vergankelijk is en mijn lichaam steeds terug tot rust komt en de symptomen weer onder controle komen. Het vertrouwen in de vergankelijkheid in mijn gezondheidstoestand. Bij het ontwaken van mijn geest begon ik meer in beweging te komen. Op een dag zei ik bij mezelf, “ of ik nu lig, zit, sta, slaap of wakker ben, de pijn, de hevige vermoeidheid en de diverse symptomen blijven toch dezelfde, zodus kan ik evengoed wat in beweging komen en lichte activiteiten doen”.Dankzij de meditatie-oefeningen kon ik nu wanneer ik in beweging was bewust blijven van mijn ademhaling. Zo kon ik tijdens een inspanning (hoe klein die ook was) erop letten dat ik voldoende zuurstof gaf aan mijn lichaam door te blijven doorademen. Ik probeer hiervoor dagelijks alert te blijven. Ik werd me ook meer bewust van mijn spierkracht en uithoudingsvermogen of liever het gebrek eraan. Mijn vroegere tai chi ervaring hielp me nu om zodanig te bewegen dat ik mijn spieren niet overbelaste. Ik leerde rekening te houden met mijn beperkingen en alles goed te doseren zodat ik niet telkens opnieuw in een inzinking belandde. En zo nam ik beetje bij beetje weer deel aan ons gezinsleven.
In contact en aandacht voor de ander.
Na een lange tijd wou ik terug naar buiten kunnen. De wereld in actie zien, de buitenlucht ruiken, mensen bezig zien en genieten van landschappen en ook van de stad.Lang stappen was te pijnlijk en uitputtend en nu nog steeds eigenlijk. Dus had ik een hulpmiddel nodig en het aanschaffen van mijn rolstoel gaf me nieuwe mogelijkheden. Ik kon nu terug samen met Hugo en de kinderen naar buiten en dit gaf me een goed gevoel. Doch tegelijk voelde ik me schuldig omdat Hugo met mij moest sleuren stoep op, stoep af.Enerzijds was ik hem dankbaar omdat hij dit voor mij wou doen, anderzijds kon ik niet wegcijferen dat ik afhankelijk was van hem. Zittend in de rolstoel wordt dit eens zo duidelijk.Maar Hugo bleef me in alle vriendelijkheid duidelijk stellen dat hij blij was terug met mij op stap te kunnen en samen te kunnen genieten van onze uitjes. Ik zag hem letterlijk openbloeien en genieten van ons samenzijn. Tijdens mijn meditatiebeoefeningen kwam ik tot inzicht dat ik me minder schuldig voelde telkens ik mijn aandacht in mededogen richtte op Hugo en hem zo ook universele liefde kon schenken. Thuis deed ik zoveel mogelijk wat ik kon voor hem en de kinderen en integreerde zo meer en meer mededogen in mezelf. Ik deed het huishouden niet meer uit plichtsbesef maar uit liefde en met een blij gevoel voor mijn dierbaren.Wanneer ik in de rolstoel naar buiten kom, treden er soms spontane contacten op met mensen. Maar anderen hebben het er juist moeilijk mee om me te ontmoeten in een rolstoel. Dan probeer ik me in te leven, hoe het voor deze mensen moet zijn, om tegen een persoon in een rolstoel aan te kijken. Voor sommige kan dit heel confronterend zijn. Ik neem me telkens voor om in liefdevolle vriendelijkheid in contact te treden. Dit helpt meestal en zo verdwijnt de drempel. Zo kom ik ook in contact met andere rolstoelgebruikers en kan ik nu ook aandacht hebben voor hun lijden en pijn. Mijn pijn en mijn lijden is niet meer belangrijker dan iemand anders zijn pijn en lijden. Ook zijn er mensen die nog veel ergere handicappen en ergere pijnen moeten doorstaan. Op een dag zag ik een reportage op de TV over een vrij jonge man die totaal verlamd in bed lag met allerlei computergestuurde apparaturen rondom zich om hem zo te kunnen behelpen om te lezen bv. of de gordijnen te sluiten, de deur te openen voor zijn bezoekers enz… De enige contacten die hij had waren zijn hulpverleners voor zijn verzorging. En toch zag deze man er zó gelukkig uit. Ik was diep getroffen door zijn stralend gezicht en zijn moed en besefte dat geluk niet afhankelijk is van een al dan niet gezond lichaam. Wel hoe je in contact bent met jezelf en de anderen en vooral in openheid voor je spirituele weg. Dit stimuleerde me om verder te gaan op mijn pad en ik kreeg meer vertrouwen in de Dharma. Hoe meer ik ging mediteren en trainen in mededogen en later ook in metta bhavana, hoe meer mijn aandacht uitgaat naar de pijnen en lijden van anderen. Ook mensen die normalerwijze kerngezond zijn, maar door acute ziekte pijn lijden, besef ik dat op dat ogenblik de fysieke pijn van de ander daarom niet minder pijnlijk is. En tenslotte lijdt iedereen sowieso, ook wanneer je lichamelijk kerngezond bent.Ik voel me nu op mijn gemak en spontaan in mijn rolstoel. Ze is geen belemmering voor mij en ik voel me erdoor niet meer schuldig, ze is wel een grote hulp en mijn vriend, want ik mediteer er nu ook in.