een verhaaltje voor het wakker worden …

februari 5, 2007

ijsbloem

Er was eens een rijke koning in een niet zo erg ver land. De man had een bescheiden paleis, een knappe koningin, een paar honderd dienaren en een klein landje. In vergelijking met de omringende staatshoofden was hij eigenlijk een heel bescheiden koningkje. Toch was het land in de loop der eeuwen meerdere malen belaagd door vreemde mogendheden omdat het een heel bijzondere en unieke rijkdom bezat. In de tuin van het koninklijke paleis stonden grote serres en elke morgen, zonder uitzondering voor zover iemand zich kon herinneren, waren de serres bedekt met ontelbare prachtige ijsbloemen. Ook deze koning stond iedere morgen heel vroeg op, net zoals zijn voorvaderen, om deze pracht en praal te bewonderen. De koning had vaak ook gasten en ook die stonden op, tegen alle gewoontes van de aristocratie, op wat ze zelf onnoemelijke uren noemden. Maar het was het allemaal waard want de pracht van de ijsbloemen was ongeëvenaard.

Op een dag zat de koning in zijn tuin de nieuwe bloemen van die dag te bewonderen en opeens bedacht hij dat het toch wel zonde was dat de bloemen steevast na enkele uren weer verdwenen, als de zon tevoorschijn kwam. Zou het niet prachtig zijn mocht hij de ganse dag en zelfs de ganse nacht door deze bloemen kunnen bewonderen? De koning was een man van daden en nog die dag riep hij al zijn wetenschappers bij elkaar en ging samen met hen plannen bedenken waardoor hij dit kon realiseren. Het paleis veranderde prompt in een drukke werf en iedere morgen werden de nieuwe plannen waarmee de ijsbloemen misschien konden worden bewaard doorheen de dag ten uitvoer gebracht. De tuin werd gevuld met wetenschappelijke apparatuur en de dagen waren overvol. Iedereen stond vroeg op om met de nieuwe ijsbloemen van die dag aan de slag te gaan en tot ’s avonds laat werd er vergaderd en gepland om de strategieën en plannen bij te sturen.

Jaren gingen voorbij maar het verlangen van de koning kon nog steeds niet gerealiseerd worden. Elke ochtend, als de zon tevoorschijn kwam, verdwenen de ijsbloemen zachtjes. De koning werd moe en bitter en op een dag, na 3 jaren onafhoudelijk te werken aan zijn plannen, viel de koning op een avond totaal uitgeput op zijn bed neer. Hij viel in een diepe slaap. De koning sliep en sliep en werd enkel soms nog even wakker om iets te eten en te drinken maar verdween daarna weer in zijn diepe slaap. Met het verdwijnen van de koning, verdween ook de drijvende kracht achter het project. Langzaam stopten alle werkzaamheden en gleed het koninklijk paleis weer in de stilte waar het vroeger in verkeerde.

Na enkele weken werd de koning wakker uit zijn diepe slaap. Hij voelde zich fris en monter. Hij klom voorzichtig uit zijn bed en wankelde naar het raam. Het was vroeg in de ochtend, de zon was ook nog maar net op en het was doodstil in het paleis. De koning kleedde zich aan en ging, zoals hij dat vroeger zo vaak had gedaan, naar buiten. Hij ging de tuin in, ging naar de koninklijke serres en zette zich daar neer op een achtergelaten koffer van de wetenschappers. Hij keek naar de wonderbaarlijke en kostbare ijsbloemen die zich die nacht op het glas hadden gevormd en besefte dat hij ze sinds jaren niet meer zo had gezien. De koning zat daar urenlang en genoot. En toen de zon over de boomtoppen priemde en het zonlicht op de bloemen viel, verloren ze zachtjes hun vorm en liepen over het glas naar beneden. De koning besefte voor het eerst dat het goed was zo, dat de ijsbloemen moesten verdwijnen zodat de dag erop zich nieuwe konden vormen. Dat was het ook wat ze zo kostbaar en wonderbaarlijk maakte. Zachtjes ging de koning achterover zitten en genoot nu ook voor het eerst van het zonlicht dat de tuin binnengleed.

Opgedragen aan alle ijsbloemen die ik door mijn onwetendheid en dwaasheid van hun schoonheid beroofd heb

Bart