Groeien in meditatie.
Soms had ik de verleiding om me te wentelen in mijn beperkingen. Wanneer ik eens geen zin had om te mediteren dan had ik een uitvlucht in mijn ziekte. Ik was te moe of had teveel pijn, wat ook wel waar was. Maar ik deed dan wel mijn normale lichte activiteiten verder. Opeens vond ik dat het welletjes was met mijn luiheid om te mediteren en dat ik eigenlijk eerder worstelde met weerstand. Maar wat was de oorzaak van die weerstand? Ik begon mijn dagelijkse meditatie als een sleur te ervaren, en ik schaamde me hiervoor. Wat me zo had geholpen doorheen mijn proces ervaarde ik nu als een last! Hoe kan dat nu? Bij nadere analyse ontdekte ik dat het gedreun van steeds dezelfde mantra me tot verveling leidde in de meditatie.De mantra had zijn werk gedaan in mijn zuivering en aanvaarding van mijn ziekte. Ik was op het punt gekomen om een dieper niveau in mijn spirituele beleving te betreden, maar ik miste prikkels van buitenaf om mijn beoefening meer diepgang te geven en erin krachtiger te worden. Op dat moment stond ik er voor mijn training er helemaal alleen voor. Vanaf het contact met het VWBO Gent gingen talrijke deuren voor mij open. De spirituele verbondenheid met de mensen in de Sangha wakkerde mijn creativiteit in mijn beoefeningen aan. Plots voelde ik me niet meer alleen op het pad. Ik voel me opgenomen in de stroom naar verlichting en dat is een krachtige ervaring. En zie, ik krijg spontaan dingen aangereikt. Zo kreeg ik van Patrick de Vajrasattva mantra op cd (met de vertaling ervan op papier), ingezongen door Bart. Mijn hart bloeide open, want de mantra die me als gedreun in de oren klonk en me was beginnen te vervelen, klonk nu zó verfrissend, eenvoudig en mooi. Nu begrijp ik tenminste wat ik zing en zo voel ik hierbij meer diepgang. Ik zing ze vrij regelmatig en dat doet goed nu. Eerst kwam ik naar de inleidende meditatie op woensdag, en stelde me open om als het ware van nul te herbeginnen, en zo opnieuw te leren mediteren. Ik voelde me als een 6 jarig kind die naar het eerste studiejaar mag en vol blijdschap dat ik mocht ‘leren’. Deze openheid gaf me rust en zowel ‘de gewaarzijn van de ademhaling’ als de ‘metta bhavana’ hielpen me om in contact te komen met een diepere laag in mijn spirituele beleving en er ook meer ruimte aan te geven. Vroeger stemde ik mijn beoefening af op mijn dagelijkse bezigheden. In aandacht zijn en in openheid bleef nog teveel beperkt tot het moment van de meditatie en kort erna. Nu sta ik op en plan eerst mijn meditatie. Daarnaast zie ik wel wat ik aan dagelijkse bezigheden nog kan doen. Zo geef ik meer ruimte aan mijn beoefening en blijf ik daardoor constanter in aandacht. Door daaraan meer ruimte te geven en mede door het contact in het centrum, krijg ik meer inzicht en leer ik nu ook meer aandacht en liefde in mijn dagelijkse ervaringen binnen te laten. De verbondenheid met de Boeddha, de Dharma en de Sangha is groter geworden en mijn toevlucht tot deze drie juwelen kreeg meer diepgang. De verveling is verdwenen, mijn vertrouwen gegroeid. Het gebeurt nog wel eens wanneer gans de malaise bezig is dat ik niet in staat ben om te mediteren en ook even geen aandacht kan geven aan anderen. Dan heb ik mijn energie en vooral veel rust en slaap nodig om de malaise door te komen. Maar nadien gaat mijn deur terug open.Elke stap die ik ondernam in het opbouwen van mijn gezondheid en van op mijn spirituele pad, was tot nu toe een goede stap vooruit. Negatieve beelden over mezelf die hiervoor in de weg stonden kon ik beetje bij beetje verbranden en zo rust vinden in mijn fysieke ongemakken. Dit drijft me voort om verder te gaan in meditatie en tijdens de metta bhavana te leren me te transformeren in het lijden van anderen. Net als de bloemknopjes moest ik eerst groeien, maar nu kan ik bloeien. En zie, alle eerdere frustraties en de uitzichtloosheid zijn verdwenen. Ook dit is vergankelijk!Wanneer ik in metta bhavana aan elk wezen die door ziekte of geweld of verdriet pijn lijdt een leliebloem vol metta kan geven, en wanneer er teveel wezens zijn de bloemblaadjes, en wanneer deze op zijn het stuifmeel kan laten meevliegen met de wind, zodat ik alle wezens kan bereiken die er in het universum zijn om zo hun pijn en lijden te verzachten, dan zou ik pas volmaakt gelukkig zijn. Een utopie? Misschien? Maar misschien ook niet!
Riet.