’s Morgens vroeg, ergens in de zomer

december 22, 2007

’s Morgens vroeg, ergens in de zomer…

mijn ogen openen en sluiten zich en vrijwel onmiddellijk denk ik, o nee, niet opnieuw, niet nog een dag…Laat me rustig, zacht, als in een baarmoeder, blijven in dit bed, me heerlijk uitstrekken, verdoofd zwerven in een slaperige roes waarin ik het leven snoei van alle doornen en scheefgroeiende takken,van alle knoesten en knobbels… Niet opnieuw letters en woorden en zinnen die zich als in een achtbaan doorheen mijn gemoed slingeren, niet opnieuw tegen hoge snelheid en zonder gordel van de ene naar de andere gedachte, niet opnieuw het ongrijpbare met klompen van handen willen vastnemen of bladeren aan de takken van bomen willen spijkeren of tot het stromende water bidden dat het bevriest. Als ik dan mijn ogen nogmaals open, kleed ik mijn hart met handschoenen en laarzen, regenvest en paraplu, met dikke trui en winterkousen en als het kan met wat thermisch ondergoed in de hoop dat vandaag het leven wellicht zal aanbellen maar misschien deze keer op de stoep zal blijven staan…

’s Morgens vroeg, ergens in de zomer…

In een wilgenbosje zit een vrouw verstild met gekruiste benen. Haar handen zijn gevouwen, haar hoofd lichtjes gebogen en haar mond prevelt eeuwenoude woorden. De wind prikkelt haar oogleden en jaagt zo nu en dan koude ruiters over haar rug… Onverstoorbaar zit ze temidden knoesten en knobbels, scheefgroeiende takken en doornen, rechtop, alles aankijkend wat zich voordoet, nieuwsgierig, als voor het eerst en zonder angst, met een uitgekleed hart en een visie zonder grenzen en een liefdevolle gevoeligheid stromend als water…Bladeren vallen, niets wordt vastgespijkerd of bevroren. Met verminkt gelaat ademt ze in, de pijn en het leed, en gelijkmoedig ademt ze uit, de liefde en het mededogen voor al wat leeft. En de wind waait haar naar de volle maan….